API-toegang
Onder het menu-item “API-toegang” en op het dashboard onder het kopje “API-toegang” beheer je “Applicatie-API-Keys”.
Door hierop te klikken wordt het desbetreffende beheerscherm geopend.
Applicatie-API-Keys
Toelichting
De GPP-Publicatiebank biedt een API aan voor andere applicaties (zoals de GPP-App) om te koppelen. Hiermee kunnen publicaties beheerd en opgehaald worden. Dergelijke APIs dienen beveiligd te worden zodat enkel bedoelde applicaties toegang hebben, ook als het openbare publicaties betreft.
In de GPP-Publicatiebank kan je applicaties registreren met een toegangssleutel zodat je de API-toegang kan controleren.
Tip
Behandel de toegangssleutels als wachtwoorden - je hebt enkel deze sleutel nodig om toegang te krijgen tot de API.
Beheerscherm
In het beheerscherm van de applicatie-API-keys zie je een lijst van applicaties die toegang hebben. De contactgegevens (indien bekend) worden afgebeeld.
De eerste kolom bevat de API-key zelf - deze moet je instellen bij de applicatie die wenst te koppelen met de GPP-Publicatiebank.
Op het beheerscherm zijn de volgende acties mogelijk:
Rechtboven zit een knop applicatie-api-key toevoegen waarmee je een (nieuwe) applicatie toegang kan geven.
Er is een bulk-actie om API-sleutels te verwijderen. Hiermee wordt onmiddellijk de toegang ingetrokken.
API-key bewerken
Wanneer je het token aanklikt, dan opent een scherm met nadere details. Hier zie je:
Alle gegevens. Deze lichten we hieronder toe.
Rechtsboven een knop Toon logs. Deze toont de volledige audit trail van de applicatie-API-key.
Rechtsboven een knop Geschiedenis. Deze toont de beheer-handelingen die vanuit de beheerinterface zijn uitgevoerd op de applicatie-API-key.
Linksonder de mogelijkheid om de wijzigingen op te slaan.
Rechtsonder de mogelijkheid om de applicatie-API-key te verwijderen. Hiermee wordt onmiddellijk de toegang ingetrokken.
De volgende gegevens zijn beschikbaar. Op het scherm worden verplichte velden dikgedrukt weergegeven.
Rechten. Een applicatie kan lees- en/of schrijfrechten hebben. Met leesrechten kunnen enkel gegevens opgevraagd worden, met schrijfrechten kunnen ze ook bijgewerkt worden en nieuwe gegevens aangemaakt worden. Een GPP-App heeft beide nodig, een GPP-Burgerportaal heeft enkel leesrechten nodig.Contactpersoon. Naam van de contactpersoon voor de applicatie die koppelt met GPP-Publicatiebank.E-mail. E-mailadres van de contactpersoon.Telefoonnummer. Telefoonnummer van de contactpersoon.Token. De API-key zelf. Deze wordt gegenereerd bij het aanmaken van de applicatie-API-key.
Wat te doen als een API-key onbedoeld uitlekt?
Het kan gebeuren dat de waarde van het token/de API-sleutel onbedoeld publiek gemaakt wordt. Het is belangrijk om dan zo snel mogelijk misbruik te voorkomen:
Als je de gebruiker bent van de API-key
Neem contact op met de beheerders van de GPP-Publicatiebank. Vermeld hierbij om welk token het gaat, en vanaf welk moment dat deze niet meer veilig was. Je krijgt nadere instructies van de GPP-publicatiebankbeheerder.
Als je beheerder bent van de GPP-publicatiebank
De volgorde van de acties is afhankelijk of je door de gebruiker van de API-key geïnformeerd bent of niet. Stem in ieder geval af met je contactpersoon! Zorg dat je weet (of een schatting hebt) wanneer de API-key gelekt is, zodat je hiermee logs kan analyseren.
Navigeer in de beheeromgeving naar API-toegang > Applicatie-API-keys
Klik de gelekte API key aan om de details te openen
Verwijder de rechten door op de kruisjes te klikken, en sla de gegevens op met “Opslaan en opnieuw bewerken”.
Neem contact op met de tegenpartij en informeer hen van de situatie/ondernomen acties.
Het intrekken van de rechten zorgt ervoor dat er geen misbruik meer (kan) gemaakt worden.
Controleer de audit-logs om te achterhalen of er misbruik gemaakt is. Navigeer hiervoor naar Logging > (audit)log items.
Het is vooral interessant om logs te analyseren vanaf het tijdstip dat de API-key gelekt is.
Als er geen verdachte acties in de logs te zien zijn, dan kan je een nieuwe applicatie-API-key aanmaken en het nieuwe token terugcommuniceren naar de gebruiker van de API.